fbpx

RSJ beslist: geen verlenging van quarantaine na bezoek advocaat aan gedetineerde

advocaat: mr. M.C. Coster

Vanwege de geldende coronamaatregelen in gevangenissen en huizen van bewaring, moet iedere gedetineerde bij aankomst de eerste acht dagen op een quarantaine-afdeling verblijven. Dit heet de zogenaamde inkomstenquarantaine. Tijdens het verblijf op zo’n quarantaine-afdeling, verblijft de gedetineerde op een eenpersoonscel en is sprake van een individueel (en beperkter) dagprogramma. Daarnaast kan de gedetineerde gedurende zijn verblijf op deze afdeling geen bezoek ontvangen van bijvoorbeeld familieleden.

Deze beperking geldt niet voor het bezoek van de advocaat van gedetineerden, zo heeft ook de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), de hoogste penitentiaire rechter in Nederland, vandaag beslist. De voorzitter van de RSJ heeft benadrukt dat het in detentie kunnen ontvangen van een advocaat van groot belang is in het kader van de verlening van de rechtsbijstand. Het ligt daarbij naar het oordeel van de voorzitter op de weg van de directeur om ervoor zorg te dragen dat dit bezoek van de advocaat plaatsvindt op een manier waarbij de coronaregels, zoals het houden van anderhalve meter afstand en het dragen van mondkapjes, nageleefd kunnen worden.

In dit geval had een gedetineerde cliënt op de zevende dag van zijn quarantaine bezoek ontvangen van zijn advocaat. Volgens de directie van de inrichting waar cliënt verblijft, had de gedetineerde zijn quarantaine onderbroken door contact te hebben met zijn advocaat, een extern persoon. Conform de coronamaatregelen van de Dienst Justitiële Inrichting (DJI) zou cliënt daarom volgens de directie opnieuw voor tien dagen op de quarantaine-afdeling moeten verblijven. Namens cliënt is aan de RSJ verzocht om deze beslissing te schorsen.

De voorzitter van de RSJ merkt in zijn beslissing op dat gedetineerden ook dagelijks in contact komen met medewerkers, die elke dag de penitentiaire inrichting in en uit gaan. Daarnaast was niet gebleken dat aan cliënt vooraf is medegedeeld welke consequentie een bezoek van zijn advocaat eventueel zou kunnen hebben, zodat cliënt daarin niet zelf een eigen belangenafweging heeft kunnen maken om wel of geen bezoek van zijn advocaat te ontvangen. Dat de directeur stelt gehandeld te hebben op grond van het landelijk beleid van DJI, maakt het volgens de RSJ niet anders. Uit dat beleid volgt immers dat iedere gedetineerde die contact heeft met een externe – dus bezoek van een advocaat of ander bezoek van bijvoorbeeld een familielid – opnieuw in quarantaine geplaatst zou moeten worden. In de praktijk blijkt dit echter niet het geval te zijn en blijft de gedetineerde na het hebben van bezoek, in beginsel gewoon op een reguliere afdeling. Er wordt dan dus ook een eigen belangenafweging gemaakt.

De beslissing van de directie om cliënt 10 dagen extra op een quarantaine-afdeling te plaatsen was om deze redenen, dan ook onvoldoende gemotiveerd en het schorsingsverzoek van de advocaat van cliënt werd dan ook toegewezen.

Interview met Jaap Baar over zijn dierenrechtpraktijk
Hoe een actieve verdediging tot het einde van een zaak kan leiden
Menu